Groeifase
Lijst van artikelen
Wil je dit jaar sterke, gezonde planten in je tuin kweken en een flinke oogst binnenhalen? Dan moet je al tijdens de groeifase beginnen: de periode waarin planten wortels, bladeren en stengels ontwikkelen die later de basis vormen voor je oogst. In deze gids lees je hoe je de vegetatieve groei bij de buitenteelt kunt ondersteunen.
Planten doorlopen tijdens hun leven twee specifieke perioden: de vegetatieve (groei)fase, waarin ze groeien en bladeren, wortels en stengels vormen, en de generatieve (bloei)fase, waarin ze bloeien en zaden vormen. De duur van de vegetatieve en generatieve fase verschilt per plantensoort. Sommige soorten hebben een lange vegetatieve fase en een korte bloeiperiode (bijvoorbeeld bomen), terwijl andere snel overgaan naar de generatieve fase (bijvoorbeeld eenjarige planten). Bij sommige planten (zoals vaste planten) herhalen deze fasen zich gedurende meerdere jaren in een cyclus.
Misschien vind je dit ook interessant: Fotoperiode: kortedag- en langedagplanten
Waarom gezonde stengels en wortels belangrijk zijn
Tijdens de groeifase is het voor planten erg belangrijk om voldoende wortels, bladeren en stengels te ontwikkelen, omdat ze tijdens de bloei het grootste deel van hun energie besteden aan de vorming van bloemen, vruchten en zaden. Eenvoudig gezegd: zonder sterke stengels en gezonde bladeren en wortels kun je een flinke oogst wel vergeten. Stengels ondersteunen de bladeren, bloemen en vruchten en bevatten een vaatstelsel dat water en voedingsstoffen door de hele plant transporteert. Ook het wortelstelsel vervult meerdere functies tegelijk. De wortels nemen voedingsstoffen en water op uit het substraat en dienen als voorraad voor de plant in droge perioden. Bovendien zorgen voldoende diepe en vertakte wortels ervoor dat planten zelfs sterke wind kunnen weerstaan, wat bij de buitenteelt belangrijk is.
Voldoende stikstof
Net als bij mensen is ook voor planten een uitgebalanceerd dieet het halve werk. Tijdens hun leven hebben planten in totaal 17 verschillende voedingselementen nodig. Sommige nemen ze op uit de lucht en het water (koolstof, zuurstof en waterstof), maar het grootste deel halen ze met hun wortels uit de bodem. Als een van deze belangrijke voedingselementen ontbreekt, heeft dat een grote invloed op de gezondheid van de plant. Vruchtbare grond en de juiste meststoffen zijn daarom de eerste stap om je planten tijdens de vegetatieve fase gezond te houden en snel sterke stengels en veel wortels te laten vormen.
De drie belangrijkste voedingsstoffen in de bodem zijn stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Planten verbruiken hiervan de grootste hoeveelheden. Tijdens de groeifase speelt vooral stikstof een belangrijke rol. Het is een bouwsteen voor eiwitten, die op hun beurt de „stenen” vormen voor alle plantencellen en -weefsels. Zonder eiwitten zouden planten geen nieuwe bladeren, stengels of wortels kunnen vormen. Stikstof is ook een bestanddeel van chlorofyl, de groene kleurstof die fotosynthese mogelijk maakt: de omzetting van licht in energie. Daarnaast is stikstof een bestanddeel van RNA, DNA en enzymen. Stikstof komt op verschillende manieren in de bodem terecht:
Biologische stikstoffixatie: Sommige bacteriën (bijvoorbeeld van de geslachten Rhizobium en Azotobacter) zetten atmosferische stikstof (N₂) om in ammoniak (NH₃). Deze bacteriën leven zowel in de bodem als op de wortels van vlinderbloemige planten (erwten, bonen en klaver). Door deze planten in je tuinbedden te zetten (groenbemesting), verhoog je op een natuurlijke manier de hoeveelheid stikstof in de bodem.
Organisch materiaal: Stikstof komt ook in de bodem terecht als onderdeel van afbrekend organisch materiaal, dat door bodemmicro-organismen wordt omgezet in nitraten (NO₃⁻). Compost, humus en mulchen zijn de doeltreffendste manieren om organisch materiaal aan de bodem toe te voegen.
Groeimeststoffen: Er zijn talloze soorten meststoffen, van volledig organisch tot zuiver mineraal, met een geleidelijke of snelle werking en in vaste of vloeibare vorm. Welke meststof het beste bij je past, hangt vooral af van je manier van kweken. Bij het kweken in potten zijn vloeibare meststoffen met een snelle werking geschikt, terwijl organische varianten met een langzame afgifte beter passen bij gebruik in de volle grond. Welke soort je ook kiest, een meststof voor de groei moet altijd een hoog stikstofgehalte (N) hebben.
Misschien vind je dit ook interessant: Groeimeststoffen: waarvoor zijn ze bedoeld en hoe gebruik je ze?
Ondersteunende voedingselementen
Calcium (Ca) en silicium (Si) zijn twee voedingselementen waaraan de meeste buitentuiniers weinig aandacht besteden, omdat er doorgaans voldoende van in de bodem aanwezig is. Toch kan een tekort aan silicium of calcium tijdens de groeifase grote gevolgen hebben voor planten, omdat beide elementen de stevigheid van de celwanden rechtstreeks beïnvloeden. Als een plant voldoende silicium en calcium krijgt, heeft ze stevigere bladeren en stengels en is ze beter bestand tegen wind, droogte en ziekteverwekkers.
Calcium: Dit element is essentieel voor de ontwikkeling van nieuwe cellen en regelt ook het transport van water en voedingsstoffen tussen cellen. Een calciumtekort uit zich bij planten in misvormde of afstervende jonge bladeren en een vertraagde groei. Dolomietkalk is een goede bron van calcium bij de buitenteelt en helpt ook de zuurgraad van de bodem te verlagen. Vloeibare meststoffen met calcium en stikstof (CalMag) zijn een snelle bron van calcium voor planten in de groeifase. Calcium zit ook in afbrekend organisch materiaal, bijvoorbeeld in compost of mulch.
Silicium: Bij buitenteelt in de volle grond is silicium ruim beschikbaar voor planten. Maar als je bijvoorbeeld in kokos of inerte substraten kweekt, kan er een tekort ontstaan. Silicium versterkt de celwanden, waardoor planten beter bestand zijn tegen hoge temperaturen, droge lucht en droogte. Wil je je planten snel silicium geven en ze beschermen tegen warm weer, probeer dan een bladbehandeling met silicium, bijvoorbeeld Terra Aquatica Silicate.
Water geven en bodemvocht
De vegetatieve fase is een periode van snelle, intensieve groei en planten hebben regelmatig water nodig. Vooral jonge planten met wortels die nog in ontwikkeling zijn, kunnen door droogte aanzienlijk in hun groei worden geremd. Te nat substraat kan daarentegen wortelrot en schimmelvorming veroorzaken. Daarom is het bij het water geven aan planten buiten verstandig om deze regels te volgen:
- Geef liever vaker een beetje water dan in één keer veel.
- Controleer regelmatig het vochtgehalte van de grond: die moet vochtig aanvoelen, maar niet drassig zijn.
- Geef ’s ochtends of ’s avonds water.
- Zorg bij langdurige regen voor voldoende drainage van de bodem.
Bezoek onze Higarden-blog voor meer handige tips en handleidingen voor binnen- en buitentuiniers!
Met planten is het net als met mensen. Hun gezondheid hangt af van de leefomstandigheden en de juiste voeding, en ook voor hen is intensieve stress schadelijk: de „vijand van een goede oogst”. Welke stress? In dit artikel richten we ons op de concrete stressfactoren waaraan je planten beslist niet mogen worden blootgesteld als je een mooie oogst wilt binnenhalen. Lees hoe je negatieve invloeden kunt voorkomen.
Net als mensen heeft elke plant bepaalde genetische eigenschappen en een aangeboren afweer. De moderne teelt beschikt, net als de geneeskunde, over doeltreffende middelen om de natuurlijke afweermechanismen van planten te versterken en over praktische apparaten om optimale omstandigheden voor hun groei en vitaliteit te behouden.
Wanneer een plant herhaaldelijk of langdurig aan overmatige stress wordt blootgesteld, treedt een stressreactie op. De receptoren van de plant, zoals fotosensoren die reageren op de intensiteit van de lichtstraling, geven eerst als het ware een intern alarm af. Dat activeert alle beschikbare afweermechanismen, waarmee de plant in leven blijft. Deze periode van weerstand doorstaat de plant zelden zonder grote schade. Meestal raakt ze beschadigd of wordt ze zelfs volledig vernietigd door uitputting, zoals de bloem op de afbeelding. 
In tegenstelling tot mensen zitten planten vast op hun plek. Ze kunnen dus niet wegrennen voor stressfactoren, een hoek om of naar een wellnesscentrum. Daarom is het de taak van iedere kweker om de omstandigheden zo goed mogelijk in balans te brengen, zodat de planten waar je voor zorgt gezond en vitaal zijn. Hieronder bespreken we de meest voorkomende abiotische stressfactoren. Vanuit het oogpunt van een kweker kun je daarbij denken aan overstroming, een tekort aan voedingsstoffen, een te hoge lichtintensiteit, lage temperaturen en dergelijke. Zoals het gezegde luidt: te veel is schadelijk. Dat geldt ook voor planten. Stress kan dus ontstaan door een tekort én door een overschot. Vaak is er ook sprake van een combinatie van verschillende factoren. Verwelking, die vooral wordt veroorzaakt door een gebrek aan water, kan bijvoorbeeld ook een reactie zijn op overmatige belichting. Hoe goed planten stress kunnen verdragen, hangt vooral af van de intensiteit en de duur ervan. Hittestress kan een oogst in korte tijd vernietigen. Een watertekort kan dat binnen enkele dagen doen...
Fysieke stressfactoren
- extreem hoge of lage temperaturen
- droogte (watertekort), maar ook te veel water geven of overstroming
- mechanische beschadiging
Een ongeschikt klimaat is een van de meest voorkomende abiotische stressfactoren voor planten. Als je buiten kweekt (outdoor), moet je ieder jaar extra aandacht besteden aan je planten, vooral tijdens een hete zomer. De verschillende soorten
hebben hun eigen optimale temperatuur. Daar kun je vooral bij binnenteelt (indoor) perfect op inspelen. Het microklimaat in de kweektent of kweekruimte kun je eenvoudig regelen met ventilatoren en fans, en eventueel met verwarming. Veranderingen in de buitentemperatuur vragen echter vaak ook om een andere instelling van de apparatuur binnen. Tijdens een hete zomer zijn je planten gebaat bij CMH- of LED-verlichting, omdat die minder warmte afgeeft aan de kweekruimte.
Net als hitte kan ook kou schadelijk zijn voor planten. Bij buitenteelt (of in een grote buitenkas) kan ook vorst problemen veroorzaken. Door lage temperaturen veranderen de celstructuren in planten en wordt de groei vertraagd. Ook verliezen de bladeren hun kleur. Bij vorst en nachtvorst raakt het plantenweefsel beschadigd. Tomaten en bonen zijn bijvoorbeeld erg gevoelig voor kou.
Bescherm zowel de wortels als de bovengrondse delen van je planten altijd tegen extreme temperaturen.
Bescherm bij hydrocultuur reservoirs met voedingsoplossing tegen direct licht en houd de temperatuur op 18-26 °C. Koeling voor reservoirs kan daarbij helpen.
De optimale temperatuur en luchtvochtigheid handhaven met luchtbevochtigers en digitale meetapparatuur is relatief eenvoudig, maar veel beginners plaatsen de sensor van hun gecombineerde thermo- hygrometer verkeerd. Die hoort thuis in de basisuitrusting van iedere kweker. We raden aan om de sensor op een hoogte in het bovenste derde deel van de plant te plaatsen, dus ergens net onder de top. Circulatieventilatoren zijn ideaal om continu lucht langs de planten te laten stromen. De hogere luchtvochtigheid die zaailingen nodig hebben, houd je goed op peil door ze voor te kweken in kleine kweekkasjes en propagators.
Droogte hangt samen met een lagere luchtvochtigheid en wordt over het algemeen beter verdragen door planten met een kortere levenscyclus. Droog substraat is echter zonder meer slecht, omdat het de ontwikkeling van nieuwe wortels belemmert. De natuur heeft plantenbladeren voorzien van microscopisch kleine huidmondjes, die afhankelijk van de luchtvochtigheid openen en sluiten. Zodra een plant droogte ervaart, sluit ze haar huidmondjes om waterverlies te voorkomen. Voor de kweker is het probleem dat gesloten huidmondjes niet samengaan met een efficiënte fotosynthese. Let er daarom tijdens de hele teelt op dat je planten niet uitdrogen. Regelmatig bewateren is de beste preventie.
Ook innovatieve geperforeerde potten van het merk Hercules en andere textielpotten helpen deze abiotische stressfactoren te voorkomen. Ze dragen bij aan een goede bewatering en zorgen voor een optimale beluchting van het wortelstelsel.
Aanbevolen temperatuur- en luchtvochtigheidsintervallen voor binnenteelt:
Tijdens de groeifase is een temperatuur van 21-28 °C overdag met licht ideaal, en 18-23 °C ’s nachts. De luchtvochtigheid ligt dan het liefst tussen 50 en 70%. Tijdens de bloei en vruchtvorming wordt een lagere luchtvochtigheid van 35-50% aanbevolen, met overdag temperaturen van 21-26 °C en ’s nachts van 18-23 °C. Zaailingen gedijen goed bij een hogere luchtvochtigheid, tot 80%.

Chemische stressfactoren
- Onvoldoende voeding voor planten en substraat
Goede, of liever gezegd rijke voeding voor planten is de basis voor een gezonde en sappige oogst. De mogelijkheden voor kwekers zijn tegenwoordig zo uitgebreid dat je deze stressfactor met de juiste zorg voor je planten vrijwel volledig kunt wegnemen, dankzij het ruime aanbod aan meststoffen en ondersteunende supplementen voor de groei- en bloeifase. Zorg voor passende voeding, zodat het je planten en hun wortels aan niets ontbreekt. Ook een zuurstoftekort kan voorkomen. Vergeet daarom niet het substraat voldoende te beluchten. Dat kan bijvoorbeeld met perliet.
Bij aarde kan ook verzilting problemen veroorzaken door de chemische processen die op de plant inwerken. Verzilting van de aarde, zowel op natuurlijke als kunstmatige wijze, vermindert de wateropname.
Verder is het belangrijk om te voorkomen dat een plant wordt blootgesteld aan hoge concentraties giftige ionen en zware metalen, zoals kwik, aluminium en cadmium. Ook vervuild water kan gifstoffen bevatten. Het maakt dus uit in welk water je kweekt en met welk water je bewaterd. (Dit onderwerp is zo belangrijk dat we er binnenkort een apart artikel aan wijden.) Gifstoffen verstoren de opname van voedingsstoffen uit water of aarde en brengen de mineralenbalans uit evenwicht. Zware metalen vormen niet alleen een direct gevaar voor de plant, maar kunnen de uiteindelijke oogst ook volledig onbruikbaar maken!
- Vervuilde lucht
Net zoals gifstoffen vanuit de grond schadelijk kunnen zijn, nemen planten en landbouwgewassen ook allerlei schadelijke stoffen op uit de lucht (vooral bij buitenteelt), wat natuurlijk nadelig voor ze is. Het gaat vooral om zuurstofradicalen, zoals ozon. Een teveel daarvan in de omgeving van de groene delen van planten versnelt het verouderingsproces aanzienlijk. Naast ozon krijgen kwekers te maken met zwaveldioxide, ammoniak en stikstofoxiden.
- Te veel licht
Ook een overmatige hoeveelheid licht draagt bij aan de vorming van zuurstofradicalen. Dat leidt tot de afbraak van chlorofyl. Eenvoudig gezegd: in de kweektent of kas moet je het niet overdrijven. Buiten moet je je tuiniersinstinct combineren met informatie over de planten die je hebt geplant, zodat je ze de juiste hoeveelheid licht geeft.

We hopen dat je met de tijd die je aan dit artikel hebt besteed, veelvoorkomende fouten in de praktijk kunt voorkomen. Die zijn nadelig voor je planten én je portemonnee. We wensen je veel succes met je planten! Als je ons iets wilt vragen, staan we iedere dag voor je klaar. Bel of mail ons via info@higarden.eu, zodat kweken met ons voor jou een plezier is.
- Perliet
- LED-verlichting
- CMH-verlichting
- Thermo-hygrometers
- EC- / pH-meters
Leer hoe je planten kunt toppen en doe dat als een ervaren tuinier. In deze tekst lees je de theorie. Daarna kun je enthousiast de tuin in gaan en de theorie meteen in de praktijk toepassen.

Planten en bloemen top je om twee belangrijke redenen. Door op de juiste manier te toppen, krijg je een mooiere oogst, omdat je de planten de gewenste vorm geeft. Bovendien stimuleer je een gezonde ontwikkeling.
Veel kwekers, en niet alleen beginners, aarzelen om te toppen. Het woord alleen al klinkt ingewikkeld en kan de indruk wekken dat het niet echt nodig is voor een goede oogst. Toch is het een heel eenvoudige methode die je aan een veel betere oogst helpt.
Beïnvloed de groei van je planten in de hoogte, de richting en de uiteindelijke vorm. Jij hebt het in de hand. En met een goede schaar en eventueel andere hulpmiddelen, zoals handschoenen, wordt het sturen van de plantengroei een plezier.
Een plant toppen betekent dat je de scheuten van de takjes knipt of snijdt. Zo stimuleer je de vertakking en maximaliseer je die zelfs, wat voor planten zeer wenselijk is.
Met elke afgeknipte scheut vergroot je het aantal takjes, maar verlaag je ook de hoogte van de plant. Benieuwd hoe je uiteindelijk meer takjes krijgt? Als je op de juiste plek knipt of snijdt, groeien er in plaats van één scheut twee nieuwe takjes. Knip je deze twee scheuten voorzichtig af, dan herhaalt het principe zich en zijn er ineens vier takjes! Oordeel zelf: is dat niet een beetje magisch? Als tuinier heb je die macht. Je ontdekt dat kweken je de ruimte geeft om zelf vorm te geven, en dat het niet alleen draait om zaaien, water geven en oogsten. Heb je nog geen ervaring met toppen, maar spreekt dit idee je aan, of ben je er zelfs enthousiast over? Laten we dan uitleggen hoe je het goed aanpakt.

Het hangt vooral af van het type plant dat je topt. Bij kleine planten is het eenvoudig: gebruik een kleinere, scherpe snoeischaar en een beetje handigheid. Voor grote planten heb je een steriel scalpel nodig. Met een beetje overdrijving kun je toppen eigenlijk chirurgisch werk noemen: je moet zo nauwkeurig mogelijk zijn. De plek en manier van snijden zijn cruciaal: knip de scheuten altijd vlak boven de plek af waar twee tegenover elkaar staande takjes samenkomen. Knip alleen het puntje eraf. Behalve dat je de groei van de bestaande plant kunt sturen, kun je ook een compleet nieuwe plant kweken uit de top. Dompel het afgeknipte topje gewoon onder in water, waar het met behulp van een geschikte wortelstimulator gemakkelijk en goed wortelt. Meer informatie over het stimuleren van de wortelvorming vind je in een apart artikel. Weet je van tevoren dat je de top knipt of snijdt om er een nieuwe plant mee te kweken, maak dan een schuine snede.
Als je net begint, hoef je niet meteen de hele oogst op de proef te stellen met vallen en opstaan. Oefen het toppen alleen op de toppen van één plant en kijk hoe die zich na jouw voorzichtige „chirurgische” ingreep ontwikkelt, vergeleken met de andere schoonheden.

Tot slot is het belangrijk om het juiste moment te kiezen. Wanneer top je planten? Dat hangt af van hoe vaak je dit tijdens de teeltcyclus wilt doen. Doe je het maar één keer, wacht dan tot vlak voor de bloei. Wil je vaker toppen, begin dan al wat eerder, tijdens de vegetatieve fase.
Vond je planten toppen tot nu toe ingewikkeld en moest je moed verzamelen? Twijfel niet, het is leuk! Heb je na het lezen van dit artikel nog onbeantwoorde vragen, dan helpen we je graag verder op het vertrouwde adres info@higarden.eu. We kijken uit naar je vragen!
Zodra je de basisbenodigdheden in huis hebt, moet je wachten op het juiste moment. Houd er rekening mee dat een plant verschillende ontwikkelingsfasen doorloopt en in elke fase andere eisen stelt aan de verzorging en voeding.
- Kiemingsfase: Je zaait de zaden en laat ze ontkiemen in kiembakken of minikweekkassen. Deze fase vindt bij voorkeur plaats tussen eind februari en half mei. Zodra de planten zijn ontkiemd, verplaats je ze naar kleinere potten. Je kunt de kieming overslaan als je besluit om met voorgekweekte planten of stekken te beginnen.
- Groeifase: Tijdens deze fase vormt de plant het grootste deel van de groene bovengrondse massa die ze in haar jaarlijkse cyclus ontwikkelt. Buiten duurt de fase groei doorgaans langer. Vanaf begin april kun je de planten naar buiten verplaatsen, omdat de dagen dan al lang genoeg zijn voor de planten en hun ontwikkeling. Begin april bestaat nog steeds het risico dat de nachttemperaturen onder het vriespunt dalen, wat voor sommige plantensoorten een groot probleem kan zijn. Dit risico neemt doorgaans halverwege april af, wanneer het veiliger is om de planten naar buiten te verplaatsen. Wanneer het tijd is om de planten buiten te zetten, hangt vooral af van de bloeitijd van de plantensoort die je kweekt. Planten met een korte bloeitijd kunnen iets langer binnen blijven, terwijl planten met een langere bloeitijd nu buiten moeten worden geplant.
- Bloeifase: Afhankelijk van de plantensoort en de bloeitijd van het gekozen ras begint je plant in juli of augustus te bloeien. Tijdens deze fase vormt de plant bloemen en daarna ook vruchten, die je tussen eind augustus en begin oktober oogst – opnieuw afhankelijk van de bloeitijd van de plant en het ras.
Hoe beïnvloed je de vorm van planten eenvoudig, zodat je er zoveel mogelijk uit haalt? Met de juiste vormgeving kun je zelfs op een kleinere ruimte een rijke oogst binnenhalen. We hebben een overzicht samengesteld van de populairste technieken, die zowel hobbykwekers als professionele kwekers gebruiken.
Ervaren kwekers weten dat de opbrengst niet alleen afhangt van genetica of voeding. Ook de structuur van de plant speelt een belangrijke rol. Technieken zoals supercropping, schwazzing of ScrOG maken het mogelijk om de groei gericht aan te passen, de verlichting efficiënter te benutten en aanzienlijk betere resultaten te behalen. Laten we bekijken hoe ze werken en wanneer je ze toepast.
Topping: de toppen snoeien
Een basistechniek die iedere kweker moet beheersen. Je snoeit eenvoudig de toppen van de planten, zodat ze op die plek vertakken. De meeste kwekers snoeien hun planten voor het eerst zodra ze drie paar echte bladeren hebben, met uitzondering van bepaalde specifieke teeltmethoden (bijvoorbeeld SoG). Na het snoeien groeien er uit de hoofdstengel twee nieuwe toppen en groeien de vier zijtakken een verdieping lager sneller. De plant zou zo zes nieuwe toppen op ongeveer dezelfde hoogte moeten krijgen.
Je kunt de planten ook meerdere keren snoeien, maar alleen tijdens de vegetatieve (groei)fase. Na de omschakeling naar de bloei zou je door de toppen te verwijderen alleen maar toekomstige bloemtoppen wegnemen. Hoe vaker je de planten snoeit, hoe bossiger ze worden.
Fimming: de toppen knijpen
Een techniek waarbij je de toppen knijpt. Volgens het verhaal is deze techniek per ongeluk ontstaan; daaraan dankt ze ook haar Engelse naam F*** I Missed. Bij fimming snoei je de groeipunten zo dat er ongeveer 20% van de top op de plant blijft staan. Als je de top goed knijpt, maakt de plant niet twee, maar vier of zelfs meer nieuwe toppen dicht bij elkaar aan. Het resultaat zijn lage planten met dicht op elkaar staande bloemtoppen en een hoge opbrengst.
Defoliatie: bladeren verwijderen
Bladeren zijn de plek waar fotosynthese plaatsvindt en zijn onmisbaar voor planten. Toch verwijderen de meeste kwekers regelmatig bladeren. Meestal doen ze dat om het gewas beter doorlaatbaar te maken voor licht en lucht. Zo helpen ze schimmelvorming voorkomen en verhogen ze de opbrengst. Je moet echter niet overdrijven met defoliatie en weten wanneer je welke bladeren verwijdert.
Tijdens de vegetatieve fase: Onder kwekers leeft de mythe dat het verwijderen van grote bladeren de planten helpt om hun energie te richten op de vorming van nieuwe toppen. In werkelijkheid vertraagt de groei daardoor. Verwijder tijdens de groeifase daarom alleen bladeren die de lagere takken beschaduwen, naar binnen groeien, het substraat raken of in de schaduw staan. Verwijder ook vergelende of verdorde bladeren.
Tijdens de bloei: Ook tijdens de bloei hebben planten bladeren nodig, maar een voorzichtige defoliatie helpt een beter microklimaat te creëren en schimmelvorming te voorkomen. Vooral bij binnenteelt is het een goed idee om de bladeren op de laagste verdiepingen te verwijderen, waar geen licht op valt. Verwijder ook grotere bladeren die de rijpende bloemtoppen beschaduwen. Naarmate de oogst dichterbij komt, verwijder je regelmatig ook vergelende en verdrogende bladeren.
Schwazzing: extreme defoliatie
Bladeren die voldoende licht krijgen, voeren fotosynthese uit en produceren koolstof, een bron van suikers voor andere delen van de plant. Beschaduwde bladeren slaan daarentegen koolstof op en voeren maar weinig fotosynthese uit. Daarom helpt het verwijderen van beschaduwde bladeren planten om de beschikbare koolstof beter te benutten, wat tot een hogere opbrengst leidt.
Schwazzing is een methode die populair werd door J. Haupts boek „Three A Light”. De methode bestaat uit herhaaldelijk extreme bladverwijdering tijdens de eerste drie weken van de bloei. Het resultaat zijn lagere planten met lange bloemtoppen, ook aan de onderste takken.
Zo doe je dat: Verwijder op de eerste dag van de bloei alle grote, waaiervormige bladeren. Zo wordt het bladerdek niet alleen beter doorlaatbaar, maar dwing je de planten zich te richten op de ontwikkeling van nieuwe bladeren in plaats van op het verlengen van de stengels. Daardoor blijven ze compacter en groeien ze minder in de hoogte. Houd er rekening mee dat je planten door het verwijderen van grote bladeren een aanzienlijke voorraad voedingsstoffen zijn kwijtgeraakt. Verhoog de voedingsgift gedurende de volgende tien dagen met ongeveer 20%, met een voedingssamenstelling waarin fosfor en kalium de overhand hebben (bloei-formule).
Voer de tweede bladverwijdering uit op de 20e dag van de bloeifase en verwijder opnieuw alleen de grote bladeren. Pas op dat je de zich ontwikkelende bloemen niet beschadigt. In de derde bloeiweek heeft de plant de fase waarin de stengels langer worden al achter zich en zouden de bloemknoppen dankzij de eerste snoeibeurt dicht bij elkaar moeten groeien. Na de tweede snoeibeurt ontwikkelen de bloemen zich dicht bij elkaar, wat lange bloemtoppen oplevert. Een ander voordeel van schwazzing is dat je, anders dan bij de traditionele methode, de onderste takken niet hoeft te snoeien. Doordat er geen bladeren zijn, krijgen ook die voldoende licht en kun je er mooie bloemtoppen oogsten.
ScrOG: door een net leiden
Screen of Green (ScrOG) is een techniek waarbij je planten met behulp van een net of raster in een horizontaal vlak vormt. Dat heeft talloze voordelen, vooral bij binnenteelt onder kunstlicht. Als je je planten namelijk niet bijstuurt, groeien ze altijd meer in de hoogte dan in de breedte. De hoofdtak komt daardoor te dicht bij de kweeklamp, terwijl de toppen op de lagere verdiepingen te weinig licht krijgen. Het doel van het leiden door een net is om een gelijkmatig oppervlak van toppen te creëren, zodat ze allemaal zoveel mogelijk lichtenergie ontvangen.
Zo doe je dat: Plaats een steunnet op 20-30 cm boven de basis van de plant. Begin de toppen door het net te leiden zodra ze 5 centimeter boven de mazen uitsteken. Leid de hoofdtakken geleidelijk in alle richtingen en schakel over naar de bloei zodra het net bijna helemaal gevuld is. Ga daarna nog twee tot drie weken door met het leiden, totdat de bloei volop op gang is en de planten niet meer in de hoogte groeien.
LST: stengels buigen
LST (Low Stress Training) is een voorzichtige methode om planten in vorm te brengen, waarbij je de takken langzaam buigt en vastbindt. Je kunt stengels op allerlei manieren buigen, bijvoorbeeld om het bladerdek uit te spreiden en de onderste takken aan het licht bloot te stellen, of om fotogenieke bonsaivormige planten te creëren. Je kunt overmatige groei in een vroeg stadium van de bloei ook met buigen aanpakken.
Zo doe je dat: Buig met behulp van zacht binddraad, touwtjes of kunststof boogjes eerst de hoofdstengel en later ook de zijtakken naar buiten, weg van het midden van de plant. Zo stel je meer bladoppervlak bloot aan het licht en stimuleer je de groei van nieuwe scheuten. Pas LST uitsluitend toe tijdens de vegetatieve fase en in de eerste weken van de bloei, zolang de stengels nog buigzaam zijn.
Supercropping: stengels breken
Supercropping is een techniek waarbij je de inwendige structuur van de stengel gericht beschadigt, zodat deze buigt maar niet breekt. De plant reageert op de stress door de beschadigde plek te versterken en op andere plekken intensiever te groeien. Stengels breken is een gevorderde techniek waarvoor je een vaste hand nodig hebt.
Zo doe je dat: Kies tijdens de groeifase een buigzame stengel en knijp en masseer deze voorzichtig tussen je vingers totdat hij iets meegeeft. Buig de scheut vervolgens in de gewenste richting. Als de tak niet in de nieuwe positie blijft staan, bind je hem vast of ondersteun je hem. Binnen enkele dagen vormt de plant verdikte knopen op de beschadigde stengel.
Met vormgeven kun je betere resultaten behalen zonder dat je de voeding of verlichting hoeft aan te passen. Begin met eenvoudige technieken zoals topping of LST en ontdek stap voor stap wat het beste werkt voor jouw planten.
Ben je geïnteresseerd in nieuws uit de growingbranche en tips voor beginnende en ervaren kwekers? Dat en nog veel meer vind je op onze kwekersblog, de Higarden-blog.
Houd je een dagboek bij? Een vraag die de meeste kwekers waarschijnlijk zal verrassen. Toch geeft deze enigszins ouderwetse manier van noteren je een perfect overzicht van de processen die het resultaat van je teelt beïnvloeden. Bovendien is een dagboek bijhouden een goedkope en eenvoudige manier om je binnenteelt te verbeteren.
Vraag je je af waar een teeltdagboek goed voor is? Ons geheugen kan ons vaak voor de gek houden en na de oogst is het vaak lastig om je te herinneren waar je tijdens de teelt een fout hebt gemaakt. Als je gedurende de hele cyclus bijhoudt wat je wanneer hebt gedaan, zie je aan het einde eenvoudig wat wel en niet heeft gewerkt. Te veel mest gegeven, verkeerd water gegeven of te laat verpot? Als je dat hebt genoteerd, voorkom je deze fouten de volgende keer. Bovendien kun je je teelt voortdurend verbeteren door je werkwijze systematisch bij te houden. Na verloop van tijd ontdek je welk substraat het vruchtbaarst is of welke combinatie van meststoffen en verlichting de beste resultaten heeft opgeleverd. Dat helpt je allemaal om efficiënter te kweken. Tot slot is een teeltdagboek handig wanneer je tegen een probleem aanloopt. Als je bijvoorbeeld merkt dat de bladeren geel worden, kun je eenvoudig terugvinden wat er de afgelopen dagen is veranderd. Misschien heb je een nieuwe meststof gebruikt, de watergift aangepast of is de temperatuur veranderd. Je dagboek helpt je de oorzaak te achterhalen en snel een oplossing te vinden.
Wat noteer je in een teeltdagboek?
De belangrijkste functie van een teeltdagboek is een nauwkeurige registratie van het kweekklimaat, de plantenvoeding en belangrijke mijlpalen. Noteer de data van het zaaien, de kieming, het verpotten, het begin van de bloei en de oogsttijd. Met een tijdlijn houd je de duur van de verschillende teeltfasen bij en plan je volgende cycli. Noteer welk substraat je hebt gebruikt, welke meststoffen en supplementen je de planten hebt gegeven en welk lichtschema je hebt aangehouden. Noteer telkens wanneer je de planten water geeft het tijdstip en de hoeveelheid water. Meet je de pH of EC van de voedingsoplossing, noteer deze waarden dan zeker elke keer. Noteer ook elke dag de temperatuur en luchtvochtigheid in de kweekruimte. Houd ook bij hoe de planten veranderen, zoals de kleur van de bladeren, de groeisnelheid of het begin van de bloei.
- Belangrijke mijlpalen (zaaien, verpotten, overschakelen naar de bloei, oogst)
- Gebruikte materialen, meststoffen en apparatuur
- Gemeten waarden (EC, pH, luchtvochtigheid, temperatuur, VPD, PPFD)
- Observaties (ontwikkeling van de planten, groeisnelheid, kleur, ongebruikelijke vervormingen)
- Ingrepen en ongebruikelijke gebeurtenissen (LST, bespuitingen, ongedierte, schimmels, schommelingen in de kweekomgeving)
Tips en hulpmiddelen voor het bijhouden van een teeltdagboek
Het fijne van een teeltdagboek is dat iedereen het kan bijhouden en je er geen dure spullen voor nodig hebt. Het is niet de bedoeling dat je hele opstellen schrijft. Een paar cijfers of zinnen per dag zijn genoeg. Regelmaat en nauwkeurigheid zijn wel belangrijk. Neem idealiter elke dag even de tijd om aandacht aan je planten te besteden. Ze belonen je met een rijke oogst.
- Pen en notitieblok: Misschien is het al een tijdje geleden dat je een pen en notitieblok hebt gebruikt, en je kunt je dagboek natuurlijk ook digitaal bijhouden. Toch zijn ouderwets papier en potlood in dit geval nog steeds de snelste (en veiligste) manier om dingen te noteren.
- Digitale hygrometer en thermometer: De temperatuur en luchtvochtigheid in de kweekruimte meten hoort bij de routine van iedere kweker. We raden je aan een digitale thermo-hygrometer te kiezen.
- EC- en pH-meter: Voor veel teelttechnieken moet je de EC en pH van de voedingsoplossing regelmatig meten, eventueel ook van het drainagewater uit het substraat. Voor gebruik bij binnenteelt zijn digitale EC- en pH-meters het meest geschikt, omdat ze nauwkeurige en betrouwbare metingen geven.
Misschien vind je dit interessant: Zo meet je EC op de juiste manier
Meer tips en handleidingen voor kwekers binnen en buiten vind je op het blog van Higarden.
Het onderwerp van ontbladering, bladverwijdering of, vaktechnisch, defoliatie, is al jarenlang onderwerp van een verhitte discussie onder kwekers. Over de hele wereld vind je zowel fervente tegenstanders als voorstanders. Een algemeen geldend oordeel over de vraag of je de bladeren beter met rust kunt laten of dat deze techniek de moeite waard is, bestaat dus niet. Feit blijft echter dat professionele kwekers deze techniek herhaaldelijk toepassen op verschillende plantensoorten en daarmee indrukwekkende resultaten behalen. Blijkbaar heeft deze techniek dus iets te bieden. Zeker nu steeds meer ervaren indoorkwekers defoliatie ook thuis als een vast onderdeel van hun teeltroutine beschouwen. Deze routine draagt duidelijk bij aan hun hoge en regelmatige opbrengsten.

Ook in de natuur zien we het natuurlijke proces van defoliatie terug. Denk maar aan bladeren die van de bomen vallen. Laten we nu uitleggen waarom het gericht verwijderen van bladeren niet alleen zinvol is bij het kweken outdoor, maar ook bij het indoor kweken van planten onder kunstmatige verlichting, zoals meestal LED-lampen of ontladingslampen.
Betere luchtcirculatie en een lagere luchtvochtigheid in de kweekruimte
In indoor-kweekruimtes en in kweektenten is de vegetatie vaak zeer dicht en soms bijna ondoordringbaar. Iedere kweker probeert de kweekruimte met een bron van kunstlicht immers zo goed mogelijk te benutten om op het beschikbare oppervlak zo veel mogelijk gezonde planten te kweken. Het gaat niet alleen om het aantal planten. Sommige kwekers laten de planten flink groeien voordat ze de fotoperiode veranderen, zodat ze de hele kweekruimte zo veel mogelijk vullen.
Niet al deze kwekers realiseren zich in de praktijk echter dat een dichtere vegetatie in de kweekruimte uiteindelijk de luchtcirculatie tussen de planten meer belemmert. Goede luchtcirculatie is juist heel belangrijk voor een gezonde, krachtige ontwikkeling van de planten.
Onze tip: Met ventilatoren kun je de hoeveelheid verse lucht rond de planten verhogen, precies op de plekken waar dat het hardst nodig is. Heb je in je kweekbox of kweekruimte zelfs aan het begin van de zomer nog geen ventilator, lees dan zeker ons aparte artikel: Hoe kies je een ventilator?
Een ander probleem dat ontstaat wanneer planten met veel bladeren dicht op elkaar in de kweekruimte staan, is een verhoogde luchtvochtigheid. Op zichzelf is een hoge luchtvochtigheid nog niet zo’n groot probleem, maar in combinatie met het eerdergenoemde gebrek aan toevoer van verse lucht hoopt de lucht die de planten hebben uitgeademd zich op rond de onderste bladeren. Deze lucht bevat niet meer voldoende koolstofdioxide (CO2). Lees ook ons aparte artikel over het belang van CO2 voor planten: Planten kweken en koolstofdioxide. Hoe en waarom gebruik je het?
Onze tip: Geef planten in je kweektent een extra dosis koolstofdioxide met een natuurlijke CO2-generator!
Bij een dichte vegetatie in de kweekruimte creëren onvoldoende luchtcirculatie rond de afzonderlijke planten en een verhoogde luchtvochtigheid samen de ideale omgeving voor schadelijke schimmels, die gedijen in stilstaande lucht. Op plekken waar bladeren elkaar raken, is de luchtvochtigheid het hoogst. Daardoor zijn bladeren op de contactpunten vaak nat en aan elkaar geplakt. Dat wil je juist voorkomen.

Betere lichttoegang voor de planten
Om zich te kunnen ontwikkelen, hebben planten voldoende licht nodig op hun groene delen, vooral op het bladoppervlak. Het licht moet bovendien de juiste intensiteit hebben, zodat de meeste bladeren hun dagelijkse portie fotonen krijgen. In de natuur is dat vanzelf geregeld: de zon is niet alleen een bron van licht met een zeer hoge intensiteit, maar verplaatst zich ook gedurende de dag langs de hemel. Daardoor veranderen de richting en de invalshoek van de zonnestralen op de bladeren geleidelijk. Bij indoor tuinieren staat zelfs de krachtigste lichtbron altijd op een vaste plek. De eerdergenoemde dichtheid van de vegetatie wordt daardoor ook een belangrijke factor. Het gebeurt vaak dat de onderste lagen niet genoeg licht krijgen om de bladeren in de donkerdere delen van de kweekruimte optimaal aan fotosynthese te laten doen. Daarom worden, even los van het effect van defoliatie zelf, in kweekboxen en andere indoor-kweekruimtes ook TLED-lampen gebruikt om schaduwrijke plekken bij te lichten.
Onze tip: 100W full-spectrum aanvullende lamp Lumatek BAR 2.9

Het zal je niet verbazen dat een plant niet zelf besluit om te stoppen met het geven van water en voedingsstoffen aan deze bladeren in de onderste lagen, hoewel ze te weinig licht krijgen. De kweker is immers meestal vooral geïnteresseerd in de bloemen of vruchten. Juist daarom vormen deze bladeren een behoorlijke belasting voor de plant. Daarmee komen we bij de kern van de zaak.
De ervaringen met defoliatie – het verwijderen van bladeren – zijn vrij eenduidig. Door ongewenste bladeren te verwijderen en zo meer licht bij de bloemen te laten komen, kun je een zichtbare verbetering in hun ontwikkeling zien. Aan de andere kant kun je bladeren vergelijken met zonnepanelen: ze slaan energie op die de plant gebruikt, onder meer voor de vorming en rijping van bloemen. Defoliatie moet je daarom verstandig toepassen, zodat de techniek voordeel oplevert en geen schade veroorzaakt... Laten we de vier basisregels bespreken die je zeker in acht moet nemen voordat je deze tuiniertechniek in de praktijk toepast.
- Gezonde planten
Of dat nu vooral komt door je ervaring en vaardigheden als kweker of door de premiumproducten uit ons assortiment waarover we in meerdere andere artikelen op deze blog schrijven: je planten moeten in perfecte conditie zijn. Begin anders helemaal niet met het gericht verwijderen van bladeren. Daar valt niet over te onderhandelen. Hebben je planten last van ongedierte, of is duidelijk dat hun groei nog niet optimaal is, dan levert defoliatie niets op en zal het je oogst eerder schaden. Voor gezonde planten is het bij het indoor kweken natuurlijk belangrijk dat de kweekomstandigheden optimaal zijn. Controleer daarom voordat je de bladeren verwijdert eerst of je planten voldoende licht en een ideaal klimaat hebben (zie hierboven), en of je ze bij het regelmatig bewateren de juiste hoeveelheid belangrijke voedingsstoffen kunt geven. Klopt dat allemaal, dan kun je gaan experimenteren.
- Genetica
De meningen over defoliatie lopen binnen de internationale kwekersgemeenschap mogelijk ook zo uiteen omdat niet elk ras geschikt is voor het verwijderen van bladeren. Genetica speelt daarbij zeker een rol. Bij een ras dat een dichte vegetatie met veel zijtakken en bladeren vormt, is de kans groot dat het baat heeft bij defoliatie. Er zijn echter ook veel rassen van verschillende plantensoorten met een opener plantstructuur, die van nature minder bladeren vormen. Daarbij is voorzichtigheid en een terughoudende aanpak aan te raden. Dat betekent dat je, als je aan de eerste regel voldoet, defoliatie eerst op zeer kleine schaal kunt uitproberen en kunt kijken hoe je planten erop reageren vergeleken met plekken waar geen bladeren zijn verwijderd. Is het effect positief, dan kun je voorzichtig verdergaan met het gericht verwijderen van bladeren. En dan zijn er nog uitzonderingen, die de situatie wat ingewikkelder maken. De morfologie is namelijk niet alles; sommige rassen kunnen uiteindelijk beter reageren op het verwijderen van bladeren dan andere, ongeacht hun structuur of het totale aantal bladeren.
- Minder is meer...
Sommige kwekers pakken het rigoureus aan en verwijderen in één keer bijna alle grote bladeren. Op de plant blijven dan alleen de kleinere blaadjes bij de bloemen en de blaadjes die aan de stengel vastzitten over, zonder volledig ontwikkelde bladsteel. Zoiets kun je beter alleen doen als je precies weet wat je doet, welk ras je kweekt en hoe dat ras op basis van herhaalde ervaringen reageert. Anders is het puur een gok. Besluit je de bladeren in de praktijk te verwijderen, volg dan de bekende regel ‘Minder is soms meer’ en begin heel voorzichtig. Verwijder eerst slechts een paar grote, volgroeide bladeren. Wacht vervolgens enkele dagen en kijk hoe de planten reageren. Zo kun je makkelijker bepalen of je verdergaat met defoliatie.
- De juiste timing
Houd rekening met het moment waarop de spreekwoordelijke achterdeur dichtgaat. Tijdens de vegetatieve fase blijven planten namelijk nieuwe bladeren aanmaken, meestal totdat de fotoperiode verandert naar 12/12. In deze periode besteden planten al hun energie aan de vorming van stengels en bladeren. Ook na de verandering van de fotoperiode naar het bloeischema maken planten nog ongeveer drie weken lang nieuwe bladeren aan, terwijl ze snel in de hoogte groeien. Zodra ze niet meer in de hoogte groeien, maken ze ook geen nieuwe bladeren meer aan, behalve fijne blaadjes vlak bij de bloemen.

De volgende praktische tips voor het verwijderen van bladeren vatten we samen in deze punten:
- Het heeft geen zin om zaailingen of jonge planten in een vroeg ontwikkelingsstadium te ontbladeren. Ze hebben alle energie nodig voor hun ontwikkeling en staan meestal op voldoende afstand van elkaar. Daardoor valt er voldoende licht op alle lagen van de jonge plant, wat de groei van zijtakken stimuleert.
- Voor het nauwkeurig, veilig en bovendien makkelijker en sneller verwijderen van bladeren komen kwalitatieve, moderne tuinscharen goed van pas.
- Kwekers twijfelen in de praktijk vaak ook of ze bladeren inclusief bladsteel moeten afknippen of de bladsteel moeten laten zitten. Je kunt de bladsteel gerust laten zitten: deze houdt het licht niet tegen en droogt vanzelf uit nadat de voedingsstoffen eruit door de plant zijn opgenomen. Daarna valt de bladsteel vanzelf af.
- Soms hoef je niet het hele blad te verwijderen en volstaat het om slechts een deel van het blad af te knippen. Deze manier van defoliatie kan handig zijn als er niet veel bladeren zijn, maar ze door hun formaat veel ruimte innemen en het licht tegenhouden.
Je kent nu de basisregels voor het verwijderen van bladeren. Daarom kunnen we ons richten op concrete aanbevelingen voor defoliatie bij planten die je indoor kweekt.
- Tijdens de groeifase (of tijdens de groeifotoperiode bij het indoor kweken van planten) zijn er verschillende manieren om bladeren te verwijderen:
- Wil je een gelijkmatige hoogte van de groene plantenlaag bereiken, dan kun je bladeren verwijderen van bepaalde takken, die daardoor langzamer groeien.
- Als je grote bladeren verwijdert die vaak schaduw veroorzaken, krijgen scheuten en takken in de onderste lagen meer licht. Dat stimuleert hun ontwikkeling en zorgt er tegelijk voor dat je de beschikbare kweekruimte efficiënter benut.
- We komen nu terug op het eerder beschreven verschijnsel. Verwijder zeker bladeren die elkaar raken en waar op het contactpunt vocht op het oppervlak condenseert, wat schimmel of meeldauw in de hand werkt. Zie je in deze fase oude bladeren onderaan de stengel die al lange tijd te weinig licht krijgen, verwijder die dan ook meteen.
- Zodra je de fotoperiode van de planten verandert om de bloei op gang te brengen, beginnen ze gedurende ongeveer 3 weken intensief in de hoogte te groeien en vormen ze ook bloemen. Voor deze fase bestaat de gebruikelijke Engelse term ‘stretch’. Misschien ben je ook planten tegengekomen die bloeien ongeacht de fotoperiode. Deze rassen noemen we zelfbloeiend (autoflowering). Meestal hebben ze ook speciale voeding nodig, zoals bijvoorbeeld BioNova Autoflower Supermix. Bij zelfbloeiende planten moet je de afzonderlijke fasen van de cyclus op het oog bepalen, aan de hand van hun uiterlijk en of ze al zichtbaar bloemen vormen. Houd er in ieder geval rekening mee dat je bij defoliatie tijdens de bloeifase zo veel mogelijk licht bij de bloemen wilt krijgen, maar tegelijk ook voldoende bladeren aan de plant wilt laten zitten. Ja, het is een kwestie van balanceren, maar hoe meer ervaring je opdoet met het verwijderen van bladeren, hoe makkelijker je daarbij de gewenste balans vindt.
Onze tip: Een nieuwe lijn premium handgereedschap maakt defoliatie voortaan een stuk eenvoudiger en gaat jarenlang mee. De roestvrijstalen messen van bijvoorbeeld de kleine tuinschaar met oog PRO CUT blijven langer scherp.

Wanneer en hoe verwijder je bladeren? De keuze is aan jou
- Vóór de verandering van de fotoperiode
Steeds meer kwekers verwijderen de bladeren van hun planten rigoureus vlak voordat ze de fotoperiode veranderen. Na de verandering van de fotoperiode begint de zogenoemde stretchfase (zie hierboven), waardoor het effect van defoliatie verdubbelt. Zo kun je de verticale groei van takken tot op zekere hoogte beperken, maar het belangrijkste is dat er meer licht valt op de lager gelegen internodiën. Voldoende intens licht op deze plekken stimuleert de ontwikkeling van bloemen, die het in de schaduw van bladeren minder goed zouden doen.
- Doorlopende defoliatie
Nu bespreken we een duidelijk meer terughoudende aanpak van het verwijderen van bladeren. Daarbij verwijder je gedurende de teeltcyclus geleidelijk bladeren, tot aan de laatste fase van de bloei. Je kunt vaste momenten kiezen om regelmatig bladeren te verwijderen, bijvoorbeeld om de dag. Het is vergelijkbaar met bewatering: liever vaker, maar in kleinere hoeveelheden. Verwijder daarom steeds slechts een paar geselecteerde bladeren die op dat moment de bloemen het meest beschaduwen. Je kunt ook bladeren verwijderen die elkaar raken. Met deze voorzichtige aanpak voorkom je onverwachte schokken die planten kunnen ondervinden wanneer je in één keer veel bladeren verwijdert. Bovendien kun je testen hoe het betreffende ras op het verwijderen van bladeren reageert, zonder dat je al meer kwaad dan goed hebt gedaan.
- Vergelijkende test
Met een klassieke vergelijkende test kun je het werkelijke potentieel, oftewel het mogelijke voordeel van defoliatie voor de ontwikkeling van een ras ontdekken, terwijl je dat ras in een gecontroleerde omgeving kweekt. Je bepaalt zelf hoe groot de oppervlakken met vegetatie zijn die je wilt vergelijken. Stel dat je het oppervlak in tweeën deelt. Dan verwijder je op de ene helft bladeren en laat je de andere helft vrij groeien. Je kunt de vergelijkende methode ook gebruiken om verschillende manieren van defoliëren te vergelijken. We komen dus weer uit bij het zorgvuldig observeren van je planten: de verschillen tussen beide helften of andere oppervlakken die je zelf kiest, helpen je duidelijk te bepalen welke aanpak je het beste kunt volgen voor een rijke oogst. Vergeet niet dat je voor een goede vergelijking hetzelfde ras moet gebruiken voor alle planten die je vergelijkt en dat alle planten in de kweekruimte dezelfde omstandigheden moeten hebben om zich te ontwikkelen.
Heb je vragen, neem dan gerust contact met ons op via het bekende e-mailadres info@higarden.eu.
We raden ook deze producten aan:
Verder lezen:
Heb je maar beperkte ruimte om te kweken en wil je toch een zo groot mogelijke oogst? Het is alweer een tijd geleden dat Nederlandse kwekers deze eenvoudige en effectieve teelttechniek introduceerden, die inmiddels veel wordt toegepast en de binnenteelt van kruiden in een kweektent eenvoudiger en efficiënter maakt. We leggen je graag uit hoe het werkt!

Wat is het basisprincipe van de SOG-teeltmethode? De vegetatieve fase van de plant wordt teruggebracht tot het noodzakelijke minimum, zodat de bloeifase sneller begint. Zo benut je de ruimte in iedere indoor kweekruimte optimaal.
Om te beginnen noemen we drie redenen waarom het de moeite waard is om de SOG-teeltmethode onder de knie te krijgen:
- Een regelmatige en over het geheel genomen hogere opbrengst.
- Je hebt weinig hoogte nodig, waardoor je meer planten op een beperkte ruimte kwijt kunt!
- Een eerdere oogst, omdat planten doorgaans maar twee weken in de vegetatieve fase blijven, en vaak nog korter. De korte teeltperiode verkleint bovendien het risico op plantenziekten en plagen.
Zo pak je het aan:
- Bij deze methode plant je eerder klonen of stekken dan zaden. (Hoe herken je een kwalitatieve kloon? Lees het HIER.) Voor een zee van groen kies je rassen met een zo kort mogelijke bloeitijd en een relatief geringe verwachte hoogte.
- Plant je favoriete planten zo dat elke plant idealiter minstens 30 × 30 cm ruimte heeft. Om praktische én esthetische redenen gebruik je het best kleinere vierkante potten.
- Geef de planten 18 uur per dag licht met een led-lamp of een ontladingslamp, totdat ze een hoogte van 25 tot 30 cm hebben bereikt.
- Pas daarna de lichtcyclus aan om de bloei snel op gang te brengen: 12/12. Wil je voor deze stap niet uitgaan van de aanbevolen planthoogte (zie hierboven), omdat je rekening wilt houden met het specifieke ras, dan kun je ook de leeftijd van de planten als richtlijn gebruiken. Op dit moment mogen je planten maximaal drie weken groei achter de rug hebben, maar meestal is dat eerder twee weken.
- Door de voorgaande stappen ontstaat tijdens de bloeifase een kenmerkend bladerdak van bloemen. Zo benut je tegelijkertijd de kunstmatige verlichting optimaal.
- Gebruik een kwalitatieve, schone schaar om alle takjes onder het bladerdak van bloemen weg te knippen.

Onze tip: met een hangconstructie kun je planten volgens deze methode ook boven elkaar kweken. Zo benut je de ruimte in je kweektent of kweekruimte nog beter. Je moet er wel een beetje handig voor zijn, maar het is de moeite waard!
- Houd er rekening mee dat een kwalitatieve lichtbron bij deze indoor teeltmethode nog belangrijker is dan anders, omdat die het meeste werk doet. Voor herhaalde oogsten loont het zeker om bijvoorbeeld te investeren in led-kweeklampen van het merk Lumatek.
- Voor de rest zorgt kwalitatieve ventilatie, die overtollig vocht en warmte uit de kweekruimte afvoert.
Als je met deze methode herhaaldelijk bloemen of gewassen wilt oogsten, raden we aan om meteen te investeren in echt kwalitatieve apparatuur met een goede prijs-kwaliteitverhouding. Hieronder vind je enkele tips. We helpen je graag bij het kiezen. Neem gerust contact met ons op via het bekende adres info@higarden.eu.
Deze producten raden we aan:
- Lumatek ATS 300W (ATTIS) (9.499 Kč)
- Lumatek ZEUS 600W PRO 2.9 (26.499 Kč)
- Prima Klima-ventilatoren met toerentalregeling en thermostaat (vanaf 3.299 Kč)
Wat kun je nog meer lezen?
Vandaag staat er een botanisch weetje op het programma dat goed van pas komt bij het kweken. Het ontwikkelingsstadium waarin een plant zich op dat moment bevindt, is namelijk onder meer belangrijk voor de juiste dosering van meststoffen.

De ontwikkeling van een plant kan worden onderverdeeld in de vier onderstaande fasen. Voor jou als kweker spelen vooral de middelste twee een belangrijke rol bij het bemesten: de vegetatieve fase, oftewel de groeifase, en de fase waarin bloemen of vruchten ontstaan.
- Embryonale fase: de celdeling begint en er ontstaan plantenweefsels die de basis vormen voor het toekomstige lichaam van de plant.
- Vegetatieve fase (groeifase): deze begint wanneer het zaad ontkiemt en eindigt zodra de eerste bloemen verschijnen, nadat de stengels en bladeren van de plant hun maximale grootte hebben bereikt. Afhankelijk van de plantensoort duurt deze fase meestal 3–16 weken. In de natuur eindigt de groeifase vanzelf: de zomer gaat over in de herfst en de zon schijnt korter. Als je planten echter binnenshuis in een kweektent kweekt, bepaal jij wanneer de groeifase eindigt. Dat gebeurt door de duur van de belichting te verkorten. Je moet de plant op deze manier als het ware aansporen om te stoppen met groeien en haar elke dag 12 uur licht en 12 uur donker geven. Een opvallende uitzondering zijn zelfbloeiende planten, oftewel automatisch bloeiende planten, die automatisch gaan bloeien, afhankelijk van hun leeftijd. Binnen de plantengroei onderscheiden we drie kortere fasen: de embryonale fase, de verlengingsfase (elongatie) en de differentiatie. Het is voldoende om te weten dat de cellen in planten zich geleidelijk delen en in volume toenemen. Deze processen kun je effectief ondersteunen met de juiste middelen, zodat planten niet alleen explosief groeien, maar jonge planten ook meer vitaliteit en weerstand krijgen. De fysiologische processen in een plant die met de groei samenhangen, vragen vooral om voldoende stikstof. Je kunt dit toevoegen aan de basisvoeding voor de groei. Zodra de zaden zijn ontkiemd en boven het oppervlak van het substraat uitkomen, zijn het zaailingen. Niet veel later verplant je ze bijvoorbeeld vanuit een minikweekkas naar grotere potten, zodat ze hun wortelstelsel volledig kunnen ontwikkelen. Via dit stelsel nemen ze voedingsstoffen op voor verdere ontwikkeling, tot het einde van de teeltcyclus. Daarom raden we sterk aan om in deze periode ook een kwalitatieve wortelstimulator aan het gietwater toe te voegen.

- Volwassen fase (bloeifase): in deze fase ontstaan de voortplantingsorganen van de plant. Daardoor kan de plant zich vegetatief en seksueel voortplanten en bloemen of vruchten vormen. In deze fase verbruiken planten de meeste fosfor en kalium. De meststoffen voor de bloei zijn op die behoeften afgestemd, net als bloeiboosters en andere supplementen, bijvoorbeeld op basis van enzymen. Deze ondersteunen biochemische reacties in planten tijdens deze periode. Een rijke bloei en grote, sappige vruchten zijn immers waar iedere kweker op hoopt aan het einde van deze fase. Wanneer is een plant volwassen? Zodra haar organen volledig zijn ontwikkeld.
- Veroudering: in deze fase hoef je er geen aandacht meer aan te besteden, want je hebt al geoogst. Toch is dit een goed moment om de begrippen eenjarigen, tweejarigen en vaste planten op een rijtje te zetten. De organen van planten verouderen tijdens deze fase op natuurlijke wijze en sterven uiteindelijk af. Deze begrippen geven precies aan hoe lang een plant leeft: vanaf de eerste celdeling in het embryonale stadium tot dit moment.
Deze producten raden we aan:
- BioNova-meststoffensets - complete voeding voor de hele teeltcyclus van het populaire Nederlandse merk.
- BioNova Veganics - alles wat je nodig hebt voor de groei- en bloeifase als je wilt dat je oogst 100% BIO is.
- HERCULES - moderne kunststof potten helpen je op weg van zaadje tot prachtige bloemen en vruchten.
- LED-sets – een perfect samengestelde complete kweektent met alles erop en eraan, voor meerdere teeltcycli en een fantastische oogst.
Je weet nu hoe de levenscyclus van een plant verloopt. Als je wilde weten wat een plant wanneer nodig heeft voor haar ontwikkeling, helpt dit artikel je hopelijk ook daarbij. Heb je vragen, dan adviseren we je graag via het bekende adres info@higarden.eu.
Lees ook: