Zo pak je de voorjaarsaanplant aan: de juiste plek kiezen en de grond voorbereiden
Het valt moeilijk te ontkennen dat een geschikte locatie en vruchtbare grond de basis vormen voor een succesvolle teelt. Het heeft geen zin om bijvoorbeeld tomaten te proberen te kweken in een bos, waar de grond zuur is en de bomen voor schaduw zorgen. Maar hoe vind je de perfecte plek voor je plantjes? We helpen je op weg, of je nu in de stad woont en weinig ruimte hebt om te kweken, of juist niet kunt beslissen waar je de planten in je ruime tuin wilt neerzetten.
De juiste plek kiezen om te kweken is geen kwestie van smaak, maar draait vooral om het afwegen van jouw prioriteiten en de behoeften van de planten. De belangrijkste factoren om mee te nemen bij het kiezen van een kweeklocatie zijn de hoeveelheid licht, de nabijheid van een waterbron en de kwaliteit van de grond.
Zonlicht
Bij het kweken geldt: hoe meer licht er op de planten valt, hoe beter. Dat klinkt eenvoudig, toch? Toch heeft lang niet iedereen het geluk op een plek te wonen zonder hoge gebouwen, bomen of schuttingen. Houd bij het plannen deze regel aan: de kweeklocatie mag, indien mogelijk, niet aan de zuidkant in de schaduw liggen. Zelfs een lage schutting aan de zuidkant van de moestuin houdt veel zonlicht tegen.
De meeste bloemen en gewassen, zoals tomaten, komkommers en geneeskrachtige planten, hebben 8 uur of meer direct zonlicht per dag nodig. Dat geldt ook voor meerjarige bessenstruiken en citrusplanten. Deze planten overleven wel op een plek met minder licht, maar produceren dan veel minder bloemen en vruchten. Er zijn ook soorten die het goed doen op plekken met meer schaduw. Als je tuin minstens 6 uur licht per dag krijgt, kun je erwten, bonen, sla en kruiden kweken.
Misschien vind je dit interessant: Het lichtspectrum en de invloed ervan op de plantengroei: buiten, in de kas en binnen
Nabijheid van een waterbron
Bij buitenteelt is regen weliswaar de goedkoopste en beste waterbron, maar de natuur is onvoorspelbaar en de meeste planten doen het het best als ze regelmatig water krijgen. Houd er daarom bij het kiezen van een kweeklocatie rekening mee dat je water moet geven. Dat kun je met de hand doen of met een automatisch bewateringssysteem.
Plaats een regenton of watertank dicht bij de kweeklocatie, zodat je er regenwater in kunt opvangen, of zet hem op een plek waar je hem gemakkelijk met kraanwater kunt vullen. Dat is niet alleen handig, maar ook belangrijk omdat water voor het bewateren van planten geen chloor mag bevatten. Tap je water uit de kraan om de planten mee te bewateren, laat het dan voor gebruik minstens een dag in de tank staan.
Misschien vind je dit interessant: Wat je moet weten over het water waarmee je de planten bewaterd
Kwaliteit van de grond
Of je nu in de volle grond kweekt, in een kweekkas of in potten op je balkon of terras, een vruchtbaar en kwalitatief goed substraat is een voorwaarde voor succes. De meeste planten doen het het best in neutrale tot licht zure, goed doorlatende grond (pH 6,0 – 7,0) die rijk is aan organisch materiaal. Substraten voor de teelt in potten bevatten doorgaans een mengsel van aarde, compost en perliet voor een luchtige structuur. Als je in de volle grond kweekt, moet je aan de slag met wat vuil werk.
Misschien vind je dit interessant: Zo kies je een tuinsubstraat
De grond in de moestuin voorbereiden op de teelt
- Grondig opruimen: Verwijder onkruid, afgevallen bladeren, plantenresten en mulch van het vorige seizoen uit de moestuin. Zo komt de kale grond vrij.
- De grond losmaken en de pH aanpassen: Maak de vrijgekomen grond los door de bovenste laag met een spade om te spitten, tot een diepte van ongeveer 10 tot 15 cm. Is de grond in je tuin zwaar of kleiachtig, verrijk hem dan met compost of humus. Blijkt het bestaande substraat bijzonder onvruchtbaar of stenig, dan is een verhoogde moestuinbak op die plek de eenvoudigste oplossing. Tijdens het losmaken kun je ook kalk aan de grond toevoegen om de zuurgraad te neutraliseren. Je kunt de pH van de grond meten met analoge of digitale pH-meters.
- Bemesten in het voorjaar: In de lentemaanden hebben planten vooral voldoende stikstof nodig. Je kunt die bijvoorbeeld aan de grond toevoegen in de vorm van compost, wormencompost (humus), guano of meststoffen met een verhoogd stikstofgehalte. In het voorjaar kun je ook houtas aan de grond toevoegen. Die bevat fosfor, dat de wortelgroei bij jonge planten ondersteunt.
Misschien vind je dit interessant: Maak je tuin klaar voor de lente!
Meer tips over kweken en tuinieren, binnen en buiten, vind je op de Higarden-blog voor kwekers.