De meest voorkomende fouten bij het bemesten van planten
Bemesting is een complex onderwerp en het is dan ook niet vreemd dat zelfs een ervaren kweker af en toe een fout maakt bij de voeding van planten. Sommige fouten vergeven je planten je, terwijl andere je een aanzienlijk deel van je oogst kunnen kosten. In dit artikel bespreken we de meest voorkomende fouten bij het bemesten, hoe je ze kunt voorkomen en wat je kunt doen als je problemen tegenkomt.
Wie planten zonder erbij na te denken of met de verkeerde meststof bemest, kan meestal niet rekenen op een mooie oogst. Bij onze klanten zien we overbemesting het vaakst; die is vooral gevaarlijk bij het gebruik van minerale meststoffen. Een andere veelvoorkomende fout is het te letterlijk volgen van doseertabellen, ook wanneer de planten duidelijk minder of juist meer meststof nodig hebben. Tot slot zien we vaak dat sommige kwekers de voedingsoplossing voor hun planten klaarmaken als de hond en de kat uit een bekend sprookje: ze mengen meststoffen van verschillende merken en soorten, wat vaak niet goed afloopt.
Overbemesting
Niet voor niets wordt gezegd dat minder soms meer is. Planten hebben weliswaar voedingsstoffen nodig, maar een teveel kan net zo schadelijk zijn als een tekort. Als je minerale meststoffen gebruikt, is het grootste risico van overbemesting dat zich in het substraat een hoge concentratie opgeloste zouten ophoopt, die de plantenwortels beschadigt. Dit uit zich in verbrande bladpunten die omkrullen als een klauw en een vertraagde groei.
Een vaak genoemd voordeel van organische meststoffen is dat je er „niet mee kunt overbemesten”. Dat klopt echter niet helemaal. Organische meststoffen bevatten geen snelwerkende minerale zouten en verbranden daardoor de wortels niet. Een overschot kan echter wel de pH van de grond en de beschikbaarheid van voedingsstoffen beïnvloeden. Bij het kweken met organische meststoffen zien we het vaakst een teveel aan stikstof, wat te herkennen is aan donkergroene bladeren.
Welk type meststof je ook gebruikt, let niet alleen op tekorten aan voedingsstoffen, maar ook op signalen dat je te veel bemest. Controleer bij het doseren van minerale meststoffen bij elke gietbeurt de EC en pH van het gietwater. Spoel bij overbemesting met minerale meststoffen het substraat door met schoon water waarvan de pH is aangepast en voeg geen meststoffen of voedingssupplementen aan het gietwater toe totdat de planten er weer beter aan toe zijn. Omdat organische meststoffen langzamer werken dan minerale, is de oorzaak van overbemesting niet altijd meteen eenvoudig vast te stellen. Stop bij problemen met het bemesten van de planten en meet de pH van de grond; bij het kweken in grond is een onjuiste pH de meest voorkomende oorzaak van problemen met de voeding.
Misschien vind je dit interessant: Gids voor het kiezen van meststoffen voor jouw teelt
Bemesten volgens een tabel in plaats van naar de behoefte van de planten
De meeste fabrikanten van meststoffen leveren bij hun voedingsschema’s uitgebreide doseertabellen, vaak met specifieke adviezen voor elke week van de teeltcyclus. Houd er rekening mee dat doseertabellen alleen als richtlijn dienen en dat het niet verstandig is om ze onder alle omstandigheden blindelings te volgen. Fabrikanten van meststoffen gaan vaak uit van ideale kweekomstandigheden, die niet altijd gegarandeerd zijn. Het verbruik en de dosering van meststoffen kunnen worden beïnvloed door de klimaatomstandigheden, het ras, de lichtintensiteit en soms ook de individuele behoeften van de plant.
Luchtvochtigheid en temperatuur beïnvloeden de transpiratie (verdamping van water via de bladeren) en de hoeveelheid water die planten verbruiken. Droge lucht en hoge temperaturen zorgen ervoor dat het substraat snel uitdroogt, waardoor zich daarin restanten van meststoffen kunnen ophopen. Dit is vooral een probleem bij het kweken in potten. Daarom is het belangrijk om bij hogere temperaturen de concentratie meststoffen in het gietwater te verlagen, vooral als je minerale meststoffen gebruikt.
Misschien vind je dit interessant: Hoe je de EC van het substraat meet en regelt
Genetische aanleg speelt een belangrijke rol bij de voedingsstoffenbehoefte van elke plant. Sommige rassen zijn veredeld om hoge doses meststoffen aan te kunnen en belonen je onder de juiste omstandigheden met een hoge opbrengst. Dit geldt vooral voor moderne hybriden die bedoeld zijn voor binnenteelt. Landrassen of cultivars voor buitenteelt zijn vaak gevoeliger voor overbemesting en kunnen stress ervaren door hoge doses minerale meststoffen. Hetzelfde geldt voor zelfbloeiende (autoflower) rassen, die je minder meststoffen moet geven dan fotoperiode-rassen.
Lichtintensiteit is nog een belangrijke factor die bepaalt hoeveel voedingsstoffen planten kunnen opnemen. De krachtigste LED-kweeklampen stralen licht uit met een intensiteit die tot de helft hoger is dan op een zonnige zomerdag rond het middaguur. Planten die onder zo’n krachtig licht groeien, kunnen enorme hoeveelheden meststoffen opnemen. Bij lampen met een lager vermogen of langdurig bewolkt weer is de stofwisseling van planten daarentegen trager en verbruiken ze logischerwijs minder voedingsstoffen. In dat geval moet je ook de hoeveelheid meststoffen in de voeding overeenkomstig verlagen.
De verkeerde meststoffen kiezen of combineren
Kies meststoffen altijd op basis van het substraat waarin je kweekt. In grond en substraten op basis van aarde heb je de ruimste keuze. Je kunt zowel organische als minerale meststoffen gebruiken, in vloeibare vorm of met langzame afgifte, en ook verschillende combinaties. Voor buitenteelt in volle grond (moestuinen en kassen) raden we over het algemeen organische meststoffen aan, omdat die de bodem ontzien. Minerale meststoffen zijn geschikter voor het kweken in potten. Kokossubstraten zijn bijzonder omdat kokos van nature calciumionen bindt en vasthoudt. Daarom moet je naast meststoffen ook een vloeibaar mengsel van calcium en magnesium aan het gietwater toevoegen (CalMag). Hydrocultuur vereist speciale, in water oplosbare minerale meststoffen.
Welk type substraat en voedingsschema je ook kiest, probeer meststoffen van één merk en type te gebruiken. Hoewel je onder bepaalde omstandigheden meststoffen van verschillende fabrikanten kunt mengen, is de kans groter dat je de planten ermee schaadt dan helpt. Hetzelfde geldt voor additieven en voedingssupplementen. Gebruik alleen producten die de fabrikant aanbeveelt of die geschikt zijn voor jouw kweektechniek. Het heeft geen zin om zomaar willekeurige voedingssupplementen aan het gietwater toe te voegen, alleen omdat ze nog op de plank staan sinds de vorige vakbeurs voor kwekers.
Wil je kweken als een professional en tips en trucs uit de sector leren van de besten? Volg dan de blog van Higarden, waar je elke week nieuws uit de wereld van de teelt vindt, plus praktische handleidingen en adviezen voor binnen- en buitenkwekers.