Wat mag je niet vergeten bij je eerste aankoop in een growshop?

De legalisering komt snel dichterbij en steeds meer van jullie vragen zich af welke kweektent je moet aanschaffen en waarmee je die moet uitrusten. Wie de gids voor je eerste aankoop op de Higarden-blog heeft gelezen, weet dat je zonder kweekverlichting, ventilatie, substraat en meststoffen niet ver komt. Dat is echter alleen de absolute basis. Om onnodige fouten en teleurstellingen te voorkomen, is het verstandig om bij je eerste aankoop over elk detail na te denken. In dit artikel bekijken we de uitrusting die beginners vaak vergeten.

Twee keer meten, één keer zagen

Houd er rekening mee dat je kweektent jarenlang mee moet gaan. Denk daarom liever twee keer na voordat je er een kiest. Het spreekt voor zich dat de kweektent in je kamer moet passen, maar verder geldt: hoe groter, hoe beter. In een grotere ruimte is het makkelijker om het juiste microklimaat te behouden en schommelen de temperatuur en luchtvochtigheid minder sterk. In een ruime kweektent hebben planten meer groeiruimte en staan ze elkaar niet in de weg, waardoor ze het licht van de kweekverlichting beter benutten.

  • Kweektent 60 × 60: Het absolute minimum als je iets anders wilt kweken dan een paar kruiden voor in de keuken. Uit een kleine ‘zestig’ haal je misschien niet zo veel, maar alles wat je nodig hebt, past erin.
  • Kweektent van 80 × 80 cm tot 100 × 100 cm: Een handige kweker weet elke centimeter ruimte te benutten en drie plantjes kweken in een middelgrote tent is een fluitje van een cent. 
  •  Kweektent 120 × 120: De gouden standaard onder kwekers, met genoeg ruimte voor drie mooie planten. Geschikt voor LST of het leiden van planten door netten.
  • Grote kweektenten: De grootste kweektenten kunnen op een kleine kamer lijken en zijn voor teelt binnen de limiet waarschijnlijk wat aan de ruime kant. Maar als je droomt van een eigen binnentuin waar je genoeg tomaten kweekt voor jezelf en iedereen om je heen, vind je bij Higarden alles wat je nodig hebt.

Misschien vind je dit ook interessant: Mijn eerste kweektent

Vergeet niet dat je accessoires nodig hebt om de uitrusting in je kweektent te installeren. Om de lampen en ventilatoren op te hangen, heb je een paar ophangkoorden met haak nodig (rope ratchet). Ook kun je niet zonder een paar meter ventilatieslang en metalen slangklemmen om de verbindingen vast te zetten. In je winkelwagen mogen ook kabelbinders om elektriciteitskabels vast te maken en universele textieltape (duct tape) niet ontbreken. Je kunt er eenvoudig verbindingen mee afdichten en kleine scheurtjes in de ventilatieslang mee repareren. Voor één middelgrote kweektent (80 × 80 tot 120 × 120) heb je ongeveer het volgende nodig:

  • 4 x rope ratchet (2 om de lampen op te hangen, 2 voor de afzuigventilator)
  • 3 x slangklem
  • 3-5 meter ventilatieslang

Misschien vind je dit ook interessant: Zo kies je ventilatieslang voor je kweektent

Het klimaat controleren

In de gidsen op de Higarden-blog hebben we het belang van klimaatbeheersing bij binnenteelt vaak benadrukt. Veel beginnende kwekers onderschatten hoeveel water hun planten ‘uitzweten’ door transpiratie. Vooral tijdens de vegetatieve groeifase, waarin ze wel enkele liters water per dag kunnen verbruiken. Het kan gemakkelijk gebeuren dat de relatieve luchtvochtigheid te hoog oploopt, zelfs als je de kamer met de kweektent regelmatig ventileert. Een vochtige omgeving vormt dan een ideale voedingsbodem voor schimmelsporen, met name die van botrytis (Botrytis cinerea), die bloemrot veroorzaakt. De beste manier om de luchtvochtigheid in de kweekruimte onder controle te houden, is een luchtontvochtiger in de kamer met de kweektent plaatsen. Stel deze in op basis van de groeifase waarin de planten zich bevinden. De sensoren in luchtontvochtigers zijn meestal betrouwbaar, maar houd de luchtvochtigheid in de kweekruimte toch in de gaten met een thermo-hygrometer.

  •  65-75% voor zaailingen en stekken: Een hoge luchtvochtigheid voorkomt dat jonge planten uitdrogen, vooral omdat ze voor de opname van water nog niet kunnen vertrouwen op goed ontwikkelde wortels. Zo kunnen ze hun energie ook richten op de ontwikkeling van een sterk wortelstelsel, in plaats van voortdurend naar water te moeten zoeken.
  • 55-65% tijdens de vegetatieve groeifase: Planten groeien tijdens de vegetatieve groeifase erg snel en hebben een hoge opname van voedingsstoffen nodig. Daarom is het aan te raden om de temperatuur en luchtvochtigheid in de kweekruimte hoger te houden. Dit versnelt de fotosynthese en de opname van voedingsstoffen, zonder dat er schimmel ontstaat.
  • 40–55% tijdens de bloei en in de periode vóór de oogst: Houd de luchtvochtigheid tijdens de bloei rond de 55% en verlaag deze in de kweekruimte tot de ondergrens naarmate de oogst dichterbij komt. Zo voorkom je schimmelvorming en stimuleer je de harsproductie.

De meeste kwekers binnenshuis hebben eerder last van een te hoge luchtvochtigheid dan van droge lucht, maar ook dat laatste kan voorkomen. Als de relatieve luchtvochtigheid in de kweekruimte langdurig lager is dan 40%, verdampen planten sneller water dan hun wortels kunnen opnemen. Daardoor sluiten ze hun huidmondjes en vertraagt de fotosynthese. Dat uit zich in een langzame groei, kleine bloemen en een tekort aan voedingsstoffen. In dat geval kun je de luchtvochtigheid in de kweekruimte verhogen met een luchtbevochtiger.

Misschien vind je dit ook interessant: Wat zijn de ideale omstandigheden voor binnenteelt?

Meetinstrumenten

Bij binnenteelt kun je niet zonder meststoffen, en voor de meeste daarvan is een nauwkeurige dosering nodig. In theorie kun je de doseertabel volgen, maar zonder een EC-meter weet je nooit precies hoe geconcentreerd de voedingsoplossing is die je aan je planten geeft. In het beste geval zullen ze eronder lijden; in het ergste geval geef je ze te veel mest en gaan ze dood. Organische meststoffen vormen een uitzondering: daarvoor hoef je de EC niet te meten en ze verdragen een onnauwkeurige dosering.

Misschien vind je dit ook interessant: Minerale of organische meststoffen?

Of je nu synthetische of organische meststoffen kiest, je moet de zuurgraad van je gietwater altijd controleren en aanpassen met een pH-meter. Een te lage of te hoge pH van het substraat zorgt ervoor dat planten sommige voedingsstoffen niet of maar in kleine hoeveelheden kunnen opnemen. Het optimale pH-bereik bij teelt in aarde is 6,2 tot 7,0, bij kokossubstraten 5,7 tot 6,3 en bij hydrocultuur 5,5 tot 6,3. Bij teelt in aarde is het gebruikelijk dat het water na toevoeging van meststoffen een pH boven de 7 heeft. Dit beïnvloedt de opname van voedingsstoffen uit het substraat. Gebruik een pH-regelaar naar keuze om de pH van je gietwater te verlagen.

Misschien vind je dit ook interessant: Zo pas je de pH van de voedingsoplossing aan

Meer uitgebreide handleidingen, praktische tips en ervaringen vind je op de Higarden-blog, waar we regelmatig artikelen toevoegen voor zowel beginnende als ervaren kwekers.