6 veelgemaakte fouten bij het stekken en hoe je ze voorkomt

Stekken is een uitstekende manier om je favoriete planten snel en efficiënt te vermeerderen. Hoewel dit een veelgebruikte teeltmethode is, maken veel kwekers fouten waardoor stekken minder goed wortelen. Wil je gezonde en sterke planten? Ontdek de zes meest voorkomende fouten bij het stekken en lees hoe je ze voorkomt.

Succesvol stekken vereist niet alleen de juiste techniek, maar ook geschikte omstandigheden en een zorgvuldige aanpak. Een verkeerde keuze van de moederplant, slechte hygiëne, onvoldoende acclimatisatie of een ongeschikte luchtvochtigheid of verlichting leiden vrijwel zeker tot een teleurstellend resultaat. In dit artikel laten we je zien welke fouten kwekers het vaakst maken en geven we advies om de kans te vergroten dat je stekken goed wortelen.

Misschien vind je dit ook interessant: Stekken: planten stap voor stap klonen

1. De verkeerde moederplant kiezen

Het is belangrijk dat moederplanten waarvan je stekken neemt in perfecte gezondheid verkeren. Stekken van planten die zijn aangetast door ongedierte of schimmels, of die kampen met voedingstekorten, hebben weinig kans om te wortelen. Bovendien is er een groot risico dat ziekten en ongedierte van de moederplant op de jonge planten worden overgedragen.

Hoe voorkom je deze fout? Kies voor het stekken altijd gezonde moederplanten die geen tekenen van aantasting door ongedierte, ziekten of schimmels vertonen. Planten die zich in de piek van hun vegetatieve groei bevinden, zijn ideaal.

2. De stek verkeerd afsnijden

Let er bij het nemen van stekken op dat je de juiste werkwijze volgt en scherp gereedschap gebruikt. Een verkeerde snede vermindert het vermogen van de stek om wortels te vormen. Als je met bot gereedschap snijdt, kan de stengel worden geplet, waardoor deze geen water meer kan opnemen. Bij het stekken is het belangrijk om snel te werken, zodat er geen luchtbellen ontstaan aan de uiteinden van de stengels.

Hoe voorkom je deze fout? Knip bij het stekken eerst takjes van 10-15 cm van de plant af en zet ze meteen in water. Snijd daarna de uiteinden van de stengels op dezelfde lengte schuin af, in een hoek van 45°. Doop de stekken direct in stekgel en steek ze in het kweekmedium.

3. Onvoldoende hygiëne

Schimmels, ongedierte en virussen verspreiden zich tijdens het stekken gemakkelijk van de ene plant naar de andere en kunnen je hele toekomstige oogst vernietigen. Houd je daarom aan de basisregels voor hygiëne en werk altijd met schoon en steriel gereedschap. Rook niet tijdens het stekken en draag wegwerphandschoenen.

Hoe voorkom je deze fout? Werk in een schone omgeving, gebruik handschoenen en wegwerpscalpels en steriliseer ze opnieuw voordat je in een nieuwe plant snijdt. Geschikte middelen om te steriliseren zijn ethylalcohol en Purolyt.

4. Ongeschikte luchtvochtigheid en temperatuur

Verse stekken hebben vochtige lucht nodig om niet te verwelken, maar een te hoge luchtvochtigheid vertraagt de wortelvorming en vergroot het risico op schimmelgroei. Ook een voldoende hoge temperatuur is belangrijk.

Hoe voorkom je deze fout? Houd de temperatuur en luchtvochtigheid in de gaten met een thermo-hygrometer. Laat stekken wortelen in een kunststof kweekkas (propagator). Houd de luchtvochtigheid daarin tussen 75-85% en de temperatuur tussen 24-27 °C.

5. Verkeerde lichtomstandigheden

Stekken hebben licht nodig om zich goed te ontwikkelen, maar te intensieve verlichting of een ongeschikt lichtspectrum kan de wortelvorming vertragen en de jonge planten stress bezorgen. Direct en te fel licht verhoogt de verdamping van water uit de bladeren, waardoor deze verwelken. Bij te weinig licht groeien de stengels van de jonge planten juist te veel in de hoogte.

Hoe voorkom je deze fout? Gebruik voor het laten wortelen van stekken licht met een gemiddelde intensiteit (100–200 µmol/m²/s) en een blauw-wit spectrum. Ideaal zijn speciale ledpanelen of energiezuinige tl-buizen. Zodra de eerste worteltjes verschijnen, kun je de lichtintensiteit verhogen, zodat de stekken sneller aan sterkere verlichting wennen.

6. Fouten bij het acclimatiseren

Een veelgemaakte fout is om stekken te vroeg te verplanten en ze onvoldoende aan hun nieuwe omgeving te laten wennen. Als je stekken met een nog onvoldoende ontwikkeld wortelstelsel in het kweekmedium zet, zullen ze waarschijnlijk verwelken. Ook een plotselinge verandering van de omstandigheden, met name een daling van de luchtvochtigheid, kan planten stress bezorgen.

Hoe voorkom je deze fout? Wacht met het verplanten van de stekken tot de worteltjes door het steekschuimblokje of de stekplug heen groeien. Dit duurt ongeveer één tot twee weken. Open tijdens het wortelen de ventilatieopeningen van de propagator geleidelijk, zodat de planten aan een lagere luchtvochtigheid wennen.

Wil je meer weten over binnenteelt en moderne tuinbouwtrends? Bezoek dan onze Higraden-blog.