Kweek zelf drie planten buiten – deel 4: begin van de groeifase, voeding geven en snoeien
Eind mei en begin juni komt het buitenseizoen goed op gang. Er zijn steeds meer zonnige dagen en als je dat nog niet hebt gedaan, is het de hoogste tijd om je zaailingen buiten uit te planten. In de komende weken en maanden bevinden de planten zich in de vegetatieve fase, waarin ze al hun energie in de groei steken. Vandaag leer je hoe je buitenplanten verzorgt, zodat het ze tijdens de groeifase aan niets ontbreekt.
In het vorige deel bespraken we het uitplanten van zaailingen en de verzorging van planten na het verplanten. Je zaailingen zouden nu buiten of in een grote pot moeten staan en gewend moeten zijn aan de omstandigheden buiten. In dit deel leggen we uit hoe je buitenplanten tijdens de groeifase bemest en vertellen we je meer over het vormen en snoeien van planten. Ook leer je hoe en wanneer je op de juiste manier water geeft.
Bemesten tijdens de vegetatieve fase
Ongeveer een week na het verplanten naar buiten zou je nieuwe groei aan de planten moeten zien. Nieuwe, gezond groene scheuten zijn een teken dat de zaailingen goed zijn aangeslagen en klaar zijn voor de vegetatieve fase. Bij fotoperiodieke rassen gaan de planten pas in augustus bloeien, wanneer de nacht ongeveer 12 uur lang wordt. Bij autoflower-rassen gebeurt dat na 3 tot 5 weken vanaf het ontkiemen. Hoe beter de planten het tijdens de vegetatieve fase doen, hoe beter de oogst in het najaar zal zijn. De groeisnelheid is afhankelijk van het weer en van de hoeveelheid voedingsstoffen in het substraat.
In de volle grond moet de bodem voldoende voedingsstoffen bevatten en zou het niet nodig moeten zijn om de planten te bemesten, in elk geval tijdens de vegetatieve fase. Dat geldt echter alleen als je de bedden goed verzorgt en regelmatig organisch materiaal aan het substraat toevoegt, zoals compost, wormenhumus en mulch. Als je tijdens de vegetatieve fase al tekorten aan voedingsstoffen opmerkt bij planten in de volle grond, kan dat betekenen dat het substraat arm is aan voedingsstoffen, maar ook dat de pH niet goed is. In het vorige deel beschreven we hoe je je bedden verzorgt en de zuurgraad van de bodem aanpast.
Bij de teelt in potten raakt de aarde vroeg of laat uitgeput en moet je de planten bemesten. Als je kweekt in licht voorbemeste substraten (light-mix), kunnen de voedingsstoffen al enkele weken na het verplanten opraken. In voorbemeste substraten of living-soilsubstraten kunnen de voedingsstoffen een maand of langer meegaan. Hoe snel het substraat uitgeput raakt, hangt ook af van de grootte van de kweekbak. Hoe meer aarde de planten tot hun beschikking hebben, hoe meer voedingsstoffen ze eruit kunnen opnemen.
Tijdens de vegetatieve fase hebben planten het vaakst een tekort aan stikstof (N), een voedingselement dat ze nodig hebben om nieuwe bladeren en wortels te vormen. Een stikstoftekort is bij planten eerst te zien aan het vergelen van oudere bladeren onderaan. De snelste manier om planten stikstof te geven, is met groeimeststof. Het type meststof dat geschikt is, hangt af van je teeltmethode. Bij de teelt in de volle grond raden we aan om organische meststoffen voor de groei te gebruiken. Die zijn milieuvriendelijk en ontzien de bodemmicroben. Bij de teelt in potten met aardemengsels kun je ook minerale meststoffen voor aarde gebruiken, maar combineer die niet met biomeststoffen of substraten van het type living soil.
Misschien vind je dit interessant: Hoe gebruik je meststoffen voor de groei?
Buitenplanten water geven
Een algemene richtlijn voor het water geven van planten is bijna onmogelijk. De hoeveelheid water en hoe vaak je water geeft, hangen namelijk af van veel factoren: het type substraat, de leeftijd van de planten en bij buitenteelt ook het weer. Over het algemeen doen planten het het best in vochtige aarde. Lange droge periodes vertragen hun stofwisseling en verlagen de opbrengst. Aan de andere kant is het goed voor de wortels als de aarde niet voortdurend te nat is en tussen gietbeurten door gedeeltelijk kan opdrogen.
In de volle grond hoef je planten meestal niet zo vaak water te geven als in potten, omdat ze diepe wortels hebben waarmee ze water uit de diepere bodemlagen opnemen. Toch moet je het water geven niet volledig aan de natuur overlaten, vooral niet bij jonge planten met een nog onontwikkeld wortelstelsel. Controleer regelmatig hoe vochtig het substraat is en geef de planten water zodra de aarde tot een diepte van 3–5 centimeter is opgedroogd. Regenwater of leidingwater dat je eerst hebt laten staan, is geschikt om buitenplanten water te geven.
TIP HIGARDEN: Je kunt snelle verdamping van water uit de aarde op warme dagen vertragen door te mulchen of bodembedekkers te planten, zoals luzerne en andere soorten die stikstof uit de lucht kunnen vastleggen.
Bij de teelt in potten is de pot optillen vaak de eenvoudigste manier om te bepalen of het tijd is om de planten water te geven. Til de kweekbak op nadat je de eerste keer grondig water hebt gegeven, zodat je weet hoeveel hij weegt als hij helemaal nat is. Geef planten in de vegetatieve groeifase water zodra de kweekbak duidelijk lichter is geworden, tot ongeveer 60–80% van dat gewicht. Volg bij de teelt in grote potten en verhoogde bedden dezelfde aanpak als in de volle grond en geef water zodra de bovenste 3–5 centimeter van het substraat is opgedroogd.
Misschien vind je dit interessant: Hoe vaak geef je planten in potten water?
Snoeien en buigen
Tijdens de vegetatieve fase snoeien of buigen veel kwekers hun planten om ze de gewenste vorm te geven of aan te passen aan de specifieke omstandigheden van de teeltplek. De meest gebruikte methode is het toppen van planten. Daarmee kun je beginnen zodra de planten minstens drie paar echte (getande) bladeren hebben. Knip eenvoudig met een scherpe schaar of een scalpel de top van de scheut aan de hoofdstengel vlak onder het uiteinde af. Uit de zijknopen op de stengel, op de plekken waar de bladeren groeien, ontstaan twee nieuwe toppen. Je kunt dit herhalen totdat de planten gaan bloeien. Hoe vaker je de toppen van een plant snoeit, hoe bossiger de plant wordt.
TIP HIGARDEN: Als je op een winderige plek kweekt, raden we aan de hoofdstengel van de plant vast te binden aan een bamboe steunstok. Die geeft de plant steun bij onverwachte windstoten.
Andere belangrijke technieken voor buitenkwekers zijn het aanbinden en buigen van planten, vooral bij de teelt in kassen en folietunnels. Houd er rekening mee dat planten, met uitzondering van autoflower-rassen, tot ver in de tweede helft van de zomer flink de hoogte in blijven groeien. Daarom moet je bij de teelt in een beperkte ruimte vrij vroeg beginnen met het aanbinden van de planten, zodat ze geleidelijk de hele ruimte vullen.
Misschien vind je dit interessant: LST en andere technieken om planten te vormen en te trainen
In het volgende deel vertellen we hoe je planten beschermt tegen ongedierte en ze het best op de bloei voorbereidt, zodat ze je aan het einde van het seizoen belonen met een rijke oogst. Bezoek voor meer handige tips en adviezen voor buiten- en binnenkwekers de blog van Higarden.